Aanschaf van een gerbil

Gerbils worden ook wel renmuizen of woestijnratten genoemd en zijn onderfamilie van de knaagdierenfamilie Muridae, die naast gerbils ook muizen, hamsters en ratten omvat. Gerbils zijn waarschijnlijk nauw verwant aan de muizen en ratten. Gerbils komen over het algemeen in dorre steppegebieden en halfwoestijnen voor. Dit zijn gebieden waar veel dieren niet kunnen overleven en daarom hebben zij weinig vijanden. De vijanden die daar wel voorkomen zijn slangen en roofvogels. Maar daar kunnen ze goed van ontsnappen. Dit omdat ze goed kunnen springen.

Door natuurlijke selectie hebben de gerbils aan de leefomstandigheden aangepast en kunnen goed in hete/koude, maar ook zeer droge gebieden overleven. Een deel van de gerbils leen in uitgebreide gangenstelsel, met heel veel nooduitgangen en nestkamers. Op de heeste en de koudste momenten van de dag slapen zij in hun nestkamer. Ze kunnen water opslaan in hun vetlagen. Gerbils urineren zelden en hebben droge ontlasting. Toch kunnen de gerbils niet tegen grote temperatuurswisselingen. Onder de grond is de temperatuur namelijk vrij stabiel.

Veel mensen denken dat gerbils nachtdieren zijn. Dit is niet het geval. Omdat het koudste moment van de dag 's nachts is en warmste midden overdag, zijn ze gewend om dan te slapen. Gerbils zijn daarom over verschillende delen van de dag wakker.

De bekendste en de meest gehouden gerbil is de Mongoolse gerbil. Maar naast de Mongoolse gerbil zijn er nog tientallen andere soorten zoals de Dikstaart gerbil, de Pluimstaart gerbil, de Bleke / Egyptische gerbil, de Negev gerbil, de Sundevall gerbil, Perzische gerbil en nog veel meer.

De meestel soorten zijn vrij vriendelijk, nieuwsgierig en niet bijterig. Maar gerbils zijn meestal geen knuffeldieren. Ze willen liever niet vastgepakt worden. Wel willen ze op je hand zitten en voer van je aanpakken.

Elke gerbilsoort heeft zijn eigen kenmerken en karakter. Zo is de Mongoolse gerbil overdag vaak wakker. Ze leven in het wild in familiegroepen die meestal uit een paartje en verschillende generaties jongen bestaat. Na een maand of zes worden de jongen uit de familie verdreven, waarna zij een eigen stek en partner moeten zien te vinden.

De Dikstaart gerbil leeft juist solitair en kan niet in groepen gehouden worden. De staart van de Dikstaart gerbil ziet er heel anders uit, namelijk klein en heel dik. Terwijl veel gerbilsoorten een langere staart hebben.

Gerbils drinken en eten niet zo veel. De darmen van gerbils zijn ingesteld op een karig menu. Je mag ze absoluut niet overvoeren met groenten of fruit. Omdat gerbils zo weinig drinken en urineren hoeft de kooi minder snel schoon gemaakt te worden ten opzichte van bijvoorbeeld een kleurmuis of tamme rat. Ook stinken zij veel minder dan andere kleine knaagdiersoorten.

Gerbils hebben nog een eigenschap waarmee rekening dient te worden gehouden. Wanneer het dier aan de staart wordt opgetild, kan deze loslaten. Dit is een afweermechanisme dat veel woestijndieren hebben ontwikkeld om aan belagers te ontkomen. De gerbil kan perfect zonder staart verder leven, maar de staart groeit nooit meer aan. Pak daarom nooit een gerbil bij zijn staart vast!

Binnen de vereniging worden voornamelijk met de Mongoolse gerbil, Dikstaart gerbil, Bleke gerbil en de Sundevall gerbil geshowd.

Bronnen:
- Gerbil informatie van Stieven Hoogstoel
- https://nl.wikipedia.org/wiki/Woestijnratten